Recht op Vrijheid van Godsdienst

In Nederland wordt de Vrijheid van Godsdienst vaak als een groot goed gezien, maar er zitten een aantal addertjes onder het gras. Zo geeft deze vrijheid een uitzonderingspositie voor religies boven andere vormen van levensbeschouwing en wordt de roverheid gedwongen om een afweging te maken of een overtuiging ook een godsdienst is. De JOVD vindt niet, zoals een aantal tegenstanders van een grondwettelijk verankerde vrijheid van godsdienst, dat het vrij belijden van een godsdienst al verankerd is door de vrijheid van meningsuiting. Dit omdat mensen ook naar de voorschriften van een godsdienst moeten kunnen leven. De mening moet dus niet alleen geuit kunnen worden, maar ook gevolgd. Wel kiest de JOVD voor een neutraler geformuleerde vrijheid.

Daarom stelt de JOVD voor de vrijheid van godsdienst te vervangen voor een vrijheid van geweten. Het nieuwe grondwetsartikel zou dan als volgt kunnen luiden:

Ieder heeft het recht op vrijheid van geweten en heeft het recht uitvoering te geven aan voorschriften die hieruit voortvloeien, individueel of in gemeenschap met anderen.

Terug