Scheiding van Kerk en Staat

Al in 1795 werd in Nederland de scheding van Kerk en Staat ingevoerd. Dit is echter nooit volledig doorgevoerd: nog steeds zijn er veel elementen in de Nederlandse wet- en regelgeving te vinden, die gebaseerd zijn op een religieuze grondslag. Hoewel de JOVD niet per se pleit voor volledige laïcité wil de JOVD deze scheiding wel strikter doorvoeren. 

De JOVD stelt daarom een aantal zaken voor:

  • Nederland moet geen geld meer besteden aan kerkgenootschappen. Daarom moet de overheid stoppen met zogenaamde "compenserende neutraliteit", waarbij kleine kerkgenootschappen extra steun ontvangen om een achterstand in te halen. In plaats daarvan moet Nederland volstrekte neutraliteit in acht nemen en geen geld meer uitgeven aan levensbeschouwelijke en religieuze organisaties.
  • De Vrijheid van Godsdienst moet worden ingeruild voor een breder artikel, waarbij niet alleen godsdiensten worden beschermd, namelijk een Vrijheid van Geweten. Dit artikel zou kunnen luiden:
    Ieder heeft het recht op vrijheid van geweten en heeft het recht uitvoering te geven aan voorschriften die hieruit voortvloeien, individueel of in gemeenschap met anderen.
  • Alle wetten die godsdiensten voorrang geven, moeten worden afgeschaft, zoals de Zondagswet. Ook in de Winkeltijdenwet moet de bijzondere positie van de zondag vervallen. Ook de uitzonderingspositie van kerken in het burgerlijk wetboek, die kerkgenootschappen een andere positie geeft dan andere rechtspersonen, moet vervallen. Daarnaast moet de uitzonderingspositie van kerkgenootschappen uit de Algemene Wet Gelijke Behandeling worden geschrapt. Daarmee mogen ook kerken niet langer discrimineren.
  • De Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie mag geen gegevens meer ontvangen uit de Basisadministratie Personen (voorheen de Gemeentelijke Basisadministratie, GBA).
Terug