Amsterdam e.o.

Handhaving van de wet is geen inbreuk op de fundamentele vrijheid van betoging

De JOVD Amsterdam e.o. is het niet eens met Dwars Amsterdam. Door hen wordt onterecht betoogd dat burgemeester Halsema onevenredige maatregelen heeft getroffen die inbreuk zouden hebben gemaakt op de fundamentele vrijheden van demonstranten.

Handhaving van de wet is geen inbreuk op de fundamentele vrijheid van betoging

Het bestuur van Dwars Amsterdam heeft op 18 oktober in het Parool een kritisch opiniestuk geschreven over het handelen van burgemeester Halsema tijdens de ‘klimaatdemonstratie’ 7 oktober jongstleden in Amsterdam. Hierin schrijft Dwars onder andere dat burgemeester Halsema fundamentele rechten omzeilt door een noodverordening te hebben vastgesteld.

Burgemeester Halsema gaf eerder aan dat er bij deze demonstratie sprake is van een groter risico op wanordelijkheden mede als gevolg van toegenomen druk op de openbare ruimte en capaciteitsproblemen bij de politie. Dwars stelt vervolgens dat het onwettig is het demonstratierecht in te perken op basis van een zogenoemd ‘gegeneraliseerd risico’.

Een burgemeester ervan beschuldigen onwettig te handelen, en te beschuldigen van het niet waarborgen van fundamentele rechten, is een kwalijke uitspraak, zeker wanneer hier geen sprake van is.

Wat zijn de feiten van 7 oktober en wat schrijft de wet voor?

De actiegroep Extinction Rebellion had aangekondigd om op 7 oktober te demonstreren op de Stadhouderskade voor het Rijksmuseum in Amsterdam. Dit zou in de vorm zijn van een blokkade die dagenlang stand had moeten houden en waar ook tentjes voor waren meegenomen.
In overleg met onder andere de korpschef van de politie en hoofdofficier van justitie, heeft de burgemeester de demonstratie op deze plek verboden.

Voor de geplande demonstratie schreef zij een brief aan de actievoerders, waarin zij aangeeft dat wanneer de demonstratie op de Stadhouderskade plaats zal vinden, de veiligheid van de Amsterdammers in het geding dreigt te komen en daarom op deze locatie niet mag plaatsvinden.
De Stadhouderskade is namelijk een belangrijke verkeersader in Amsterdam en tevens een calamiteitenroute. Het blokkeren van deze weg houdt in dat nood- en hulpdiensten vertraagd raken waardoor het verlenen van spoedeisende hulp in gevaar kan komen.

Volgens de grondwet mogen er regels gesteld worden voor een demonstratie wanneer dit in het belang van het verkeer is of ter voorkoming van wanordelijkheden. Aangezien de demonstratie zoals gezegd een calamiteitenroute blokkeerde, en hiermee dus het verkeer hinderde, en er op basis van een analyse en eerdere ervaring met dergelijke demonstraties gegronde vrees was voor wanordelijkheden mocht de politie wettelijk gezien regels opstellen voor deze demonstratie.

In dit kader is een voorstel gedaan voor een alternatieve locatie, namelijk het Museumplein, zodat de groep toch gebruik kon maken van haar grondrecht om te demonstreren.
Aangezien de demonstranten weigerden en hun plannen voortzetten op de locatie, waarbij nadrukkelijk door de burgemeester is medegedeeld dat dit verboden is, had de politie geen andere keuze dan in te grijpen.
De politie heeft hierin geen disproportionele maatregelen of excessief geweld gebruikt om de demonstranten te verwijderen.

In het stuk van Dwars wordt ook geschreven dat ‘door zich te beroepen op een gefantaseerde verstoring van de openbare orde er getracht wordt de werkelijke angst voor gezichtsverlies te verbloemen’. Volgens de conclusie van een arrest van de Hoge Raad uit 2007 is de openbare orde aangetast als er sprake is van 'een verstoring van enige betekenis van de normale gang van zaken in of aan de desbetreffende openbare ruimte. In het geval van de demonstratie met de blokkade is hier sprake van: er is dus geen sprake van een ‘gefantaseerde’ verstoring maar een daadwerkelijke verstoring.

Volgens de Gemeentewet is de Burgemeester belast met de handhaving van deze openbare orde, en is bij wet gemachtigd om bevelen te geven die noodzakelijk zijn om de openbare orde te waarborgen. Een noodverordening is een van de maatregelen die in dit geval mag worden uitgeroepen. Wettelijk gezien zijn de genomen besluiten dus gerechtvaardigd en heeft de burgemeester geen fundamentele vrijheden geschonden om de openbare orde te handhaven.

De wet geldt voor iedereen

Wij vinden het belangrijk dat eenieder de mogelijkheid krijgt om gebruik te maken van rechten zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van betoging. De vrijheid van demonstranten en protestgroepen houdt echter op, daar waar de vrijheid maar vooral ook de veiligheid van anderen onevenredig in het gedrang komt.

In Nederland leven wij in een rechtstaat met regels waar eenieder zich aan dient te houden. Wanneer er door een burgemeester een besluit genomen is, dient dit gerespecteerd en nageleefd te worden door iedereen. Wanneer dit niet gebeurt, is het gerechtvaardigd en noodzakelijk dat er wordt ingegrepen.

In het geval van 7 oktober zijn wij van mening dat de aanpak van burgemeester Halsema nog daadkrachtiger had mogen zijn. Voor de demonstratie plaatsvond, is heel duidelijk gecommuniceerd dat die verboden was. Het verwijderen van de demonstranten heeft uiteindelijk een dag geduurd. Dit had binnen een korter tijdbestek gemoeten en ook gekund wanneer er consequenter was gehandhaafd.

Het zou namelijk onvergeeflijk geweest zijn wanneer er slachtoffers zouden zijn gevallen omdat hulpdiensten niet snel genoeg ter plekke konden komen vanwege deze blokkade.

Namens het bestuur JOVD Amsterdam e.o.
Cesar van Rooij algemeen bestuurslid politiek en voorlichting

Reacties
(0)

Alleen leden kunnen reacties lezen en plaatsen. —