Duurzaamheid

Duurzaamheid

Innovatie

De JOVD is ervan overtuigd dat oplossingen voor het behalen van de klimaatdoelstellingen op het vlak van duurzaamheid in zeer grote afhankelijk is van de innovatie voortkomend uit technische expertise en marktwerking. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ is onderdeel van deze marktwerking, omdat daarmee ook de kosten van uitstoot meegenomen worden. Belangrijk hierbij is dat de totale belastingdruk niet stijgt, maar enkel de verdeling verandert.

aangepast op 17 februari 2020

Accijnzen

Het principe dat de vervuiler betaalt moet vertaald worden in accijnzen. Deze accijnzen dienen proportioneel te zijn aan de schade die veroorzaakt is en geoormerkt worden voor het bestrijden van de schade of de gevolgen ervan. Wel is van belang dat de overige belastingen verlaagd worden, zodat de accijnzen geen lastenverzwaring zijn.

aangepast op 17 februari 2020

Duurzaamheidssubsidies

Bestaande subsidies moeten ingezet worden voor het zo effectief mogelijk verminderen van uitstoot in de breedte, dus ook buiten de energiesector. Het is daarbij van belang dat er gekeken wordt naar de te realiseren uitstootreductie in de gehele keten en dat investeringen ruimte laten voor concurrerende technieken.

Subsidies vanuit de overheid gericht op specifieke duurzame oplossingen moeten worden afgebouwd. Door het subsidiëren van specifieke technieken wordt de voorkeur gegeven aan deze technieken, waardoor andere technieken achtergesteld raken, ondanks hun potentie. Het ontwikkelen van techniek zou daarom aan de vrije markt moeten worden overgelaten. De meest efficiënte en rendabele technieken worden zo vanzelf ontwikkeld.

aangepast op 17 februari 2020

Energietransitie

Wanneer wordt gekeken naar verduurzaming moet ook kritisch worden gekeken naar het energiegebruik per sector. Niet in elk geval is de energie die in deze sectoren wordt gebruikt rechtstreeks te vervangen door een duurzame bron, zeker wanneer dit warmte betreft. In dit soort gevallen kan dit (gedeeltelijk) elektrisch opgewekt worden, maar hierin moet wel rekening gehouden worden met een toename in de vraag aan elektrische energie.

Hernieuwbare energie kan in Nederland praktisch worden ingezet in vormen van onder meer wind-, zon- en waterenergie. Hierbij dient te worden gekeken naar de uitstootvermindering die gerealiseerd kan worden, bijvoorbeeld door vervuilende centrales te vervangen door modernere schonere centrales. Belangrijk is dat er kritisch wordt gekeken hoe rendabel iedere vorm van verduurzaming is waar het gaat om uitstootreductie, bijvoorbeeld hoe rendabel het plaatsen van windmolens of het slaan van warmtebronnen in een gebied is.

Windmolens op land zijn relatief goedkoop te onderhouden en leveren energie met een fatsoenlijk rendement, maar deze veroorzaken vaak geluidsoverlast voor omwonenden. Windmolens op zee brengen vaak een hoger rendement met zich mee, maar hier staan hogere opzet- en onderhoudskosten tegenover. Het is de taak van de lokale overheid kritisch te overwegen hoeveel overlast acceptabel is bij het beslissen over de bouw van windmolens.

Zonnepanelen zijn uitermate geschikt voor particulier gebruik, doordat deze weinig ruimte in beslag nemen kunnen deze door burgers op hun daken geplaatst worden om voor een deel hun eigen elektriciteit op te wekken. Privébezit of -huur van zonnepanelen zou meer gestimuleerd moeten worden, mede door wettelijke barrières te verwijderen.

aangepast op 17 februari 2020

Kernenergie

De JOVD is tegenstander van het bij voorbaat uitsluiten van kernenergie als energiebron. Het is een optie voor relatief goedkope, weeronafhankelijke en stabiele elektriciteitsvoorziening zonder uitstoot van broeikasgassen. Moderne kerncentrales zijn betrouwbaar en produceren aanzienlijk minder kernafval. Uiteraard blijft het geproduceerde kernafval een nadeel, zeker wanneer dit lange tijd hoogradioactief blijft. Toch verdient kernenergie de voorkeur boven bijvoorbeeld energie opgewekt in kolencentrales of gascentrales.

De JOVD bepleit verder onderzoek naar nieuwe technieken voor kernenergie als onderdeel van de energiemix van de toekomst, waarbij reactoren op basis van thorium interessante perspectieven bieden voor energieonafhankelijkheid van Nederland. Nederland kan hier, eventueel in samenwerking met andere landen, een voortrekkersrol in spelen. Zowel in de wetenschappelijke sector als bij de bestaande kerncentrales is reeds veel expertise aanwezig. Tevens kan het een interessant investeringsmodel zijn voor pensioenfondsen en het bedrijfsleven.

aangepast op 17 februari 2020

Klimaatverandering

De JOVD gelooft niet in een nationale aanpak van de klimaatverandering. Die problemen zijn immers grensoverschrijdend. Nederland moet dan ook een gidsrol aannemen als het gaat om een internationale aanpak van deze problematiek. Dat is niet alleen effectief, maar ook goed voor het aanzien en de reputatie van Nederland.


Duurzame mobiliteit

De in grote steden ingestelde milieuzones hebben geen concreet meetbaar effect gesorteerd en dienen derhalve als symboolpolitiek bestempeld te worden en afgeschaft te worden. De JOVD zet voor het verminderen van uitstoot liever in op het bevorderen van de doorstroom en het verminderen van snelheidsveranderingen.

De uitstootafhankelijke bpm bij aankoop van een auto dient te komen vervallen: verbruik dient te worden belast middels brandstofaccijns, niet het bezit op zichzelf.

Verduurzaming van de luchtvaartsector kan alleen door wereldwijde samenwerking. Binnen organisaties als de internationale luchtvaartorganisatie IATA moet het duurzaamheidsbeleid vormgegeven worden, waaronder het gebruik van biofuels.

Op mondiaal of desnoods Europees niveau moet worden vastgesteld dat er op luchthavens accijns wordt geheven op kerosine. Als dit op Europees niveau gebeurt, mag dit niet ten koste gaan van de concurrentiepositie van luchthavens en luchtvaartmaatschappijen.

Innovatie in de luchtvaartsector moet worden gestimuleerd. Andere opties dan kerosine en biofuels, zoals waterstof en elektriciteit, moeten worden opengehouden. Instituten zoals de universiteiten en het NLR moeten worden gestimuleerd om onderzoek naar verduurzaming van de luchtvaartsector voort te zetten en te intensiveren.

Door een gezamenlijk Europees luchtruim kunnen vliegroutes directer worden waardoor verbruik en uitstoot verminderd wordt. De herindeling dient zorgvuldig te geschieden, maar de afgesproken deadlines dienen gehaald te worden.

Duurzame alternatieven in het openbaar vervoer moeten worden aangemoedigd. Wel moet gekeken worden naar de financiële houdbaarheid indien subsidie wegvalt of ontbreekt.

aangepast op 17 februari 2020