Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Basisonderwijs

De basisschool vormt de basis van de ontwikkeling van een kind. Om persoonlijke ontwikkeling te doen slagen is persoonlijke aandacht voor ieder kind essentieel. Persoonlijke aandacht betekent niet alleen veel aandacht, het betekent vooral ook gespecialiseerde aandacht. Naast het leren van een aantal basisvaardigheden is de basisschool de plek waar kinderen leren waar hun interesses liggen. Basisscholen zijn goed in staat in te schatten of een leerling meer kan dan hij nu doet en dit verdient meer aandacht.

• Kinderen moeten les kunnen krijgen op hun eigen tempo. Zo kan er maatwerk geleverd worden en kunnen scholen rekening houden met sterke kanten en hulpvragen van kinderen. Natuurlijk blijft bij alle kernvakken een bepaald minimumniveau vereist.

• De Cito-eindtoets is niet leidend voor de vervolgopleiding van een kind. De docent is net zo goed of zelfs beter in staat een passend advies te geven over de volgende stap. De kern van het advies is vooral dat kinderen de juiste vervolgopleiding kiezen, niet per se de hoogste. De eindtoets en de docent gezamenlijk bepalen het advies.

• Persoonlijke aandacht betekent ook meer en gerichte aandacht. Meer aandacht per leerling kan alleen worden bereikt als niet te veel kinderen samen een klas vormen. De JOVD streeft naar klassen op de basisschool van maximaal 20 leerlingen.

• Basisscholen krijgen de ruimte en de middelen om andere vakken aan te bieden buiten de kernvakken, bijvoorbeeld Frans, Duits, of juist programmeren. Hiermee kunnen basisscholen maatwerk leveren per kind.

aangepast op 12 maart 2020

Voortgezet Onderwijs

Het voortgezet onderwijs is de schakel tussen de gelegde fundering en de uiteindelijke gerichte opleiding op het mbo, hbo of wo. Het voortgezet onderwijs is echter niet een startkwalificatie. Nederland is een kenniseconomie en daarom is het hebben van een mbo-opleiding nodig om de arbeidsmarkt op te kunnen. Het voortgezet onderwijs in Nederland moet daarbij op de schop. Niet het slechtste vak is leidend voor het studieniveau, maar ieder vak op zichzelf. Alleen wanneer persoonlijke aandacht en keuzevrijheid op de middelbare school aanwezig is, kunnen leerlingen boven zichzelf uitstijgen.

• Scholen krijgen de mogelijkheid om de brugperiode te verlengen met een jaar. Hierdoor wordt de overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs makkelijker. Vooral voor leerlingen die korter op het voortgezet onderwijs doorbrengen, zoals leerlingen op vmbo-niveau, is het goed een extra jaar te krijgen om te ontdekken waar de talenten liggen.

• De verschillende leerwegen van het vmbo maken de keuze voor een bepaalde richting nodeloos moeilijk. Het vmbo is gericht op vakmanschap en creativiteit. Vakken die worden aangeboden op het vmbo moeten aansluiting bieden op die waarden. Bij het vmbo gaat het vooral om doen, waarbij het aantal theoretische vakken wordt beperkt.

• De grenzen tussen de mavo, havo en vwo worden vervaagd. Vakken kunnen door leerlingen gevolgd worden op ieder niveau. Zo is het mogelijk dat een bètaleerling de vakken scheikunde, natuurkunde en wiskunde op het hoogste niveau volgt, maar de vakken aardrijkskunde en moderne vreemde talen op een lager niveau. Hierdoor sluit het voortgezet onderwijs aan op het basisonderwijs en op de vervolgopleidingen.

• Instroom op verschillende niveaus kan ieder half jaar. Hierdoor kunnen leerlingen gedurende de opleiding besluiten een niveau omhoog of een niveau omlaag te gaan. De keuzevrijheid staat hierbij centraal, maar niveauwisseling moet wel goedgekeurd worden door de docent.

• Vervolgopleidingen geven aan welke niveaus zij verwachten van aankomende studenten. De behaalde niveaus zijn leidend bij de toelating tot een vervolgopleiding, waarbij kwaliteit van de niveaus door de onderwijsinspectie regelmatig getoetst wordt.

• De vakdocent is essentieel voor goed onderwijs. De docent van de middelbare school moet goed ondersteund worden door de school. Docenten moeten extra ruimte krijgen voor bijscholing om aan het niveau te voldoen en bij te blijven bij de nieuwe technieken en trends. Daarnaast moet er kritisch gekeken worden naar de administratieve last voor docenten, zodat zij zich kunnen toeleggen op het uitvoeren van hun vak.

• De salariëring van docenten moet op de schop. Niet het niveau waarin de docent een vak doceert bepaalt de hoogte van het salaris, maar de manier waarop docenten hun leerlingen begeleiden en coachen. Een docent is namelijk meer waard als hij de leerlingen beter begeleid op een lager niveau dan een docent die de leerlingen aan hun lot over laat op een hoger niveau. De toetsing van dit principe dient onafhankelijk gewaarborgd te zijn.

aangepast op 12 maart 2020

Hoger Onderwijs en Wetenschap

"Loting voor opleidingen met een numerus fixus moet worden afgeschaft."

Het hoger onderwijs en de wetenschap is een belangrijk onderdeel van onze kennisinfrastructuur. De dertien universiteiten en zevenendertig hogescholen staan aan de basis van innovatie en technologie en bieden Nederland een koppositie op het academische vlak. Er moet echter wel gezorgd worden dat die koppositie versterkt wordt en het hoger onderwijs ook internationaal een sterk profiel heeft. Daarbij ligt de focus op het opleiden van Nederlandse studenten in een internationaal klimaat. Belangrijk is dat de verengelsing van het onderwijs niet doordraaft en het marktdenken niet een doel op zich wordt.

Het genieten van onderwijs, in dit geval hoger onderwijs, moet bovenal een vrije keuze zijn. Beperkende maatregelen die ontwikkeling van studenten buiten de schoolbanken en collegezalen tegenhouden staan hier haaks op. De keuzevrijheid en samenstelling van opleidingen in een vrij tempo is ook een belangrijk onderdeel van die vrijheid.

• Het hoger onderwijs in Nederland is primair bedoeld voor Nederlandse studenten. Daarbij blijven uiteraard plaatsen beschikbaar voor internationale studenten: de JOVD ziet hen als een aanwinst voor de instellingen.

• In de bachelorfase is de voertaal in principe Nederlands. Onderwijsinstellingen hebben de mogelijkheid Engels als voertaal te hanteren voor een bacheloropleiding, mits onderbouwd wordt hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs. Vanaf de masterfase worden de instellingen vrijer gelaten, maar geniet Nederlands nog altijd de voorkeur. Het uitgangspunt dient de kwaliteit van onderwijs en onderzoek te zijn.

• Het hoger onderwijs dient studenten op te leiden voor een plek op de arbeidsmarkt. Deze opleidingen leiden wellicht niet specifiek tot een eenvormig beroep, maar moeten wel zicht bieden op een reguliere plek op de arbeidsmarkt. Instellingen dienen daarom te waken over de aansluiting met de arbeidsmarkt en integreren waar mogelijk ook de kennis, praktijken en kunde van de arbeidsmarkt in de opleiding.

• De numerus fixus op basis van loting is niet meer van deze tijd. De JOVD pleit voor selectie aan de poort op basis van objectieve criteria. Willekeur mag niet uitmaken of een student wel of niet de gekozen opleiding mag volgen.

• Studenten krijgen de mogelijkheid om vakken te volgen naar keuze, in het tempo naar keuze. Dit is in de huidige praktijk grotendeels het geval, waarbij echter wel het volledige bedrag aan collegegeld verschuldigd is. Studenten moeten de mogelijkheid krijgen per studiepunt waarvoor zij ingeschreven zijn collegegeld te betalen. Hierdoor kan een student naast een deel van zijn studie nog andere activiteiten doen en maatschappelijke ervaring opdoen.

• Bij de financiering van het hoger onderwijs dienen kwaliteit en studentenbelangen voorop te staan. Dit betekent dat niet enkel het aantal studenten de hoogte van de financiering bepaalt, maar ook de kwaliteit van de opleiding, de faciliteiten van de instelling en het welzijn van de studenten.

aangepast op 12 maart 2020

Beroepsonderwijs

Het beroepsonderwijs is de ruggengraat van de Nederlandse economie. Het is essentieel dat de politiek dat niet alleen vindt, maar er ook naar handelt. Investeringen in het beroepsonderwijs zijn nodig om ervoor te zorgen dat de kenniseconomie ook blijft draaien. Regionale opleidingscentra moeten meer de ruimte krijgen te innoveren, aansluiting te zoeken met de arbeidsmarkt en andere vormen van onderwijs toe te passen. Te vaak wordt het beroepsonderwijs laatdunkend bekeken. Het is de hoogste tijd dat het de aandacht, waardering en middelen krijgt die het verdient.

• Beroepsopleidingen zijn gebaat bij een sterke verbinding met de arbeidsmarkt. Regionale instellingen kunnen de inhoud van de beroepsopleiding beter vaststellen in samenspraak met de regionale werkgevers. Gecentraliseerde landelijke normen laten te weinig ruimte aan het beroepsonderwijs en verhinderen dat specifieke wensen van het regionale bedrijfsleven voldoende worden opgenomen.

• Studenten die een beroepsopleiding volgen moeten ook vaker de mogelijkheid krijgen op de werkvloer te worden opgeleid. Deze studenten worden als waardevol door het bedrijfsleven beschouwd. Omdat deze vorm van opleiden wel kostbaar is voor bedrijven moet er een aangepaste vergoeding zijn in plaats van loon conform het cao.

• Van het bedrijfsleven wordt verwacht dat het een actieve rol speelt in het samenstellen van het curriculum voor beroepsopleidingen. Door deze actieve bijdrage snijdt het mes aan twee kanten: de bedrijven krijgen beter geschoolde werknemers en de instellingen hebben meer verbinding met het bedrijfsleven.

aangepast op 12 maart 2020

Leenstelsel

"Het leenstelsel daagt studenten uit verantwoordelijkheid te nemen over hun toekomst."

Voor de toegankelijkheid van het onderwijs is het noodzakelijk dat studenten financiële middelen tot hun beschikking hebben om in zichzelf te kunnen investeren. Daar heeft de overheid wat de JOVD betreft dan ook een taak: zij dient ervoor te zorgen dat er voor iedereen voldoende financiële mogelijkheden zijn voor deze ontplooiing, zodat iedereen in Nederland ook een vervolgopleiding kan volgen. Hierdoor wordt de sociale mobiliteit en de kansengelijkheid vergroot. Dit alles wil echter niet zeggen dat het gratis is.

• Het studievoorschot zoals ingevoerd door de kabinetten Rutte blijft bestaan. Het voorschot is bedoeld om iedereen van financiële middelen te voorzien om te kunnen studeren.

• Het studievoorschot is bedoeld als sociaal voorschot. Dat betekent dat iedere student na zijn opleiding het voorschot dient terug te betalen, tenzij dit door omstandigheden niet mogelijk zou zijn. In dat geval wordt de restschuld kwijtgescholden.

• De aanvullende beurs wordt omgezet in een verhoging van het maximaal te lenen bedrag via het studievoorschot.

• Het studentenreisproduct blijft bestaan voor iedereen die een vervolgopleiding geniet.

aangepast op 12 maart 2020

Andere Onderwijsvormen

Het onderwijs in Nederland kent nog andere verdelingen dan basisonderwijs, voorgezet onderwijs, beroepsonderwijs en hoger onderwijs. Zo is er bijzonder onderwijs, privaat onderwijs en speciaal onderwijs. Vanuit maatschappelijke wens, druk of discussie zijn deze vormen ontstaan. Het bijzonder onderwijs is verankerd in Artikel 23 van de Grondwet, waarin ook de gelijke financiering met openbaar onderwijs vastgelegd is. Het speciaal onderwijs is vanuit noodzaak ontstaan om alle kinderen, hoe speciaal hun situatie ook is, de mogelijkheid te geven zichzelf te ontwikkelen. Tot slot is het privaat onderwijs een nieuwe vorm van onderwijs met enorme potentie.

Het bijzonder onderwijs is een zeer Nederlands product. De verankering in de grondwet is tot stand gekomen na een hevige politieke strijd die het algemeen kiesrecht mogelijk maakte en het bijzonder onderwijs verankerde in de samenleving. Voor een liberale vrije samenleving is het van belang dat iedere onderwijsvorm voldoet aan dezelfde criteria en dat er geen uitzonderingen gemaakt worden op basis van religie of levensbeschouwing.

• Iedere vorm van onderwijs in Nederland moet kunnen worden getoetst aan dezelfde waarden en normen. Niet een geloof is leidend, maar een set van waarden en normen.

• Iedereen kan een school oprichten, mits voldaan wordt aan de regels en nomen zoals gesteld door het ministerie. Enkel het onderwijs dat voldoet aan de eisen van het curriculum komt in aanmerking voor financiering: zo worden levensbeschouwingslessen enkel gefinancierd als deze een neutraal beeld van diverse religies en levensbeschouwingen geven.

• De Nederlandse wet- en regelgeving moet meer inspelen op de vraag naar privaat onderwijs op alle niveaus. Privaat onderwijs valt onder toezicht van het ministerie en dient een kwaliteitskeurmerk te bezitten.

• Examinering van scholieren en studenten op privaat onderwijs gebeurt centraal.

• Speciaal onderwijs blijft nodig in Nederland en moet worden beschermd.

aangepast op 12 maart 2020

Onderwijspersoneel

De JOVD vindt het belangrijk dat er kritisch wordt gekeken naar de administratieve last en regeldruk binnen het onderwijs: het bijhouden van kwaliteitsindicatoren kan bijdragen aan een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, maar moet geen dagtaak op zich zijn. Het kind moet centraal staan.

aangepast op 12 maart 2020

Burgerschap

Burgerschap moet een belangrijke plaats innemen in het gehele curriculum. Leerlingen worden dan vanaf het begin tot het eind van hun onderwijscarrière begeleid tot een burger die waarden als vrijheid onderkent en de verantwoordelijkheden die bij het burgerschap horen, kan dragen.

aangepast op 17 februari 2020

Internationaal Onderwijs

"Nederlandse studenten zouden moeten worden uitgedaagd in het buitenland te studeren."

Nu al zijn Nederlandse universiteiten populair voor buitenlandse studenten en promovendi. Het wordt echter tijd dat Nederland zich met meer overtuiging inzet om internationale studenten binnen te halen. Dit geeft een impuls aan het onderwijs en zelfs aan het onderzoek van docenten. Tevens worden er zo ambassadeurs voor Nederland gecreëerd, wanneer de in Nederland opgeleide alumni terugkeren naar hun eigen land.

Ook worden Nederlandse studenten als het aan de JOVD ligt uitgedaagd om de grenzen over te gaan voor hun studie en ontwikkeling. Dat zal op termijn resulteren in samenwerkingsverbanden tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven.

aangepast op 12 maart 2020

Cultureel Ondernemerschap

"Kunstenaars moeten zich opstellen als ondernemers in het economisch verkeer."

Van kunstenaars verwacht de JOVD dat ze zich als ondernemers opstellen in het economisch verkeer. Het is geen overheidstaak om ondernemers de hand boven het hoofd te houden wanneer er geen vraag is naar hun producten of dienstverlening. Dit principe dat geldt ook voor kunstenaars.

De JOVD streeft ernaar dat kunst en cultuur wordt gedragen door private en particuliere donateurs en door bezoekers dan wel afnemers. De JOVD beseft wel dat hiervoor een omslag van denken nodig is en wil de subsidies voor kunst en cultuur daarom geleidelijk afbouwen.

aangepast op 17 februari 2020

Publieke Omroep

"Omroepverenigingen zijn een onwenselijk reliek uit de verzuiling."

De JOVD is voorstander van een publieke omroep die alleen doet wat commerciële zenders nalaten. Hoogwaardige informatieve programma’s kunnen wel vallen onder het takenpakket van de publieke omroep. Andere zaken, zoals amusement en sport, worden afgestoten. Dit kan ertoe leiden dat er minder publieke zenders noodzakelijk zijn. De JOVD verwelkomt dit.

Het systeem met de vele omroepverenigingen is een onwenselijk reliek uit de verzuiling. De JOVD wil naar een systeem met één publiek omroeporgaan die alle programma’s voor haar rekening neemt, naar voorbeeld van de BBC.

aangepast op 17 februari 2020

Geen Financiering Bijzonder Onderwijs

Volgens de JOVD moet onderwijs neutraal zijn: de vrijheid van de onderwijsinstelling om een godsdienst aan te hangen, weegt niet op tegen de vrijheid van het kind om zijn eigen levensbeschouwing te kiezen. Daarnaast mag het volgens de JOVD niet zo zijn dat belastinggeld aan een bepaalde levensbeschouwing moet worden besteed. De bestemming van overheidsgeld moet altijd neutraal zijn.

Daarom kiest de JOVD ervoor om bijzonder onderwijs niet te financieren. De vrijheid van opvoeding van de ouders wordt voldoende gewaarborgd doordat ouders thuis of op avond- en weekendscholen hun kinderen een eigen levensbeschouwing mee kunnen geven.

Het staat mensen wel vrij van eigen geld een school op een bepaalde grondslag op te richten. Deze moet natuurlijk voldoen aan de hoogste eisen van de onderwijsinspectie. Ook mogen deze scholen niet afwijken van de huidige stand van de wetenschap als het gaat om de evolutietheorie of bijvoorbeeld de Holocaust.

De JOVD wijst er ten slotte op, dat de vrijheid van onderwijs weliswaar het woord "vrijheid" heeft, maar dat het gaat om de vrijheid van een onderwijsinstelling en niet van het individu. DIt begrip past daarom niet in de liberale principes van de JOVD.

aangepast op 12 maart 2020