Werken en niet-werken

Werken en niet-werken

Een nieuw arbeidscontract

"Er moet een nieuwe tussenvorm van flexibele arbeidscontracten komen."

De huidige vormen van arbeidscontracten voldoen niet meer aan de flexibele arbeidsmarkt zoals die nu bestaat. Er wordt momenteel een groot onderscheid gemaakt tussen tijdelijke contracten en contracten voor onbepaalde tijd, wat zorgt voor een tweedeling op de arbeidsmarkt. In plaats van deze vormen met zeer ongelijke voorwaarden, zou er een nieuw contract moeten komen dat per definitie voor onbepaalde tijd is, maar altijd zonder tussenkomst van een rechter kan worden ontbonden op basis van een eenvoudige ontbindingsvergoeding.

Deze vergoeding is gelijk aan een half maandsalaris per dienstjaar, waarbij het aantal dienstjaren naar boven wordt afgerond en er een maximum bestaat van zes maandsalarissen. Dit biedt werkgevers de flexibiliteit om gemakkelijker personeel aan te nemen of te ontslaan, geeft werknemers de nodige zekerheid en ontlast de rechtspraak van de vele en dure procedures die aangespannen worden.

aangepast op 22 augustus 2019

CAO's

Collectieve Arbeidsovereenkomsten (cao’s) dienen niet langer algemeen verbindend te worden verklaard. Nog maar weinig werknemers zijn lid van een vakbond. Deze bonden hebben dus geen mandaat om mee te beslissen aan hun arbeidsovereenkomst.

Cao’s worden daarom voortaan beschouwd als gewone arbeidsovereenkomsten met een collectief karakter. Dit collectieve karakter geldt dan uiteraard alleen nog voor arbeidsovereenkomsten tussen leden van de betrokken werkgevers- en werknemersverenigingen.

aangepast op 22 augustus 2019

Bijstand

"Verplicht vrijwilligerswerk door mensen in de bijstand is niet wenselijk."

De JOVD is voorstander van hulp voor wie het nodig heeft. Wel moet de bijstand voldoende stimulansen bieden om aan het werk te gaan. De sollicitatieplicht wordt daarom strenger. Daartegenover staat dat mensen onder de zestig jaar in de bijstand het recht en de plicht krijgen om onderwijs en trainingen te volgen. Dit is erop gericht om mensen in de bijstand weer aan een baan te helpen. Zo worden de lasten voor het individu en de samenleving tot een minimum beperkt.

Het uitvoeren van verplicht vrijwilligerswerk door mensen in de bijstand is wat de JOVD betreft onhaalbaar en niet wenselijk. De kosten zijn te hoog en het risico op oneerlijke concurrentie ten opzichte van marktpartijen is bijna altijd aanwezig.

De JOVD is van mening dat met de decentralisaties van de rijksoverheid rond de bijstand ook meer beslissingsbevoegdheid naar de gemeenten moet worden overgebracht. Zo kunnen gemeenten, die vaak beter zicht hebben hun specifieke problematiek, ruimte te geven om bepaalde bijzondere programma’s, regelingen of re-integratie trajecten uit te voeren waar zij heil in zien. Een rationelere behandeling “op maat” wordt dan mogelijk.

De armoedeval, waarbij het meer loont om in een bijstandssituatie te verkeren dan te werken tegen een minimumloon, moet voorkomen te worden. Dit kan bewerkstelligd worden door de financiële voordelen waar bijstandsgerechtigden recht op hebben, zoals heffingskortingen en kwijtschelding van gemeentelijke heffingen, te versoberen of af te schaffen.

aangepast op 22 augustus 2019

Arbeidsvoorwaarden ambtenaren

Momenteel genieten ambtenaren een bijzondere ontslagbescherming. Dit soort ongelijke arbeidsvoorwaarden zijn onwenselijk en moeten gelijk getrokken worden tussen werknemers in collectieve en private sector.
Het aannemen van ambtenaren en het verschaffen van werk in het algemeen dient dan ook te gebeuren door te concurreren met marktpartijen in het aantrekken van toptalent tegen topsalarissen. De JOVD is dan ook tegenstander van de balkenendenorm.

aangepast op 22 augustus 2019

Vakbonden en stakingsrecht

Recente ontwikkelingen, uitspraken en akkoorden laten zien dat de vakbonden een grote rol spelen in de bepaling van het overheidsbeleid. De JOVD vindt dit een slechte ontwikkeling. De grijze, slinkende achterban van de vakbonden is namelijk op geen enkele wijze een goede vertegenwoordiging van de Nederlandse werkende bevolking.

De JOVD wil dat het verbod op stakingsbreking wordt opgeheven, waardoor werkgevers en opdrachtgevers in staat worden gesteld om alternatieve werknemers in te huren. Een staking is immers een conflict tussen werkgever en werknemer, het publiek moet dan ook kunnen worden ontzien. Wanneer er een derde partij aanwezig is die de opdracht met eigen personeel voor de opdrachtgever uitvoert, is een verbod op stakingsbreking onredelijk naar de opdrachtgever. Die moet dan in staat zijn de werkzaamheden tijdelijk door een andere partij waar te laten nemen.
De druk op de werkgever blijft desondanks aanwezig: stakingsbrekers zijn altijd veel duurder dan normale werknemers.

De werknemers die niet willen meedoen aan een staking, moeten die kans ook krijgen. Demonstraties waarbij werkwillenden gehinderd worden, bijvoorbeeld door het bezetten van bedrijventerreinen of het blokkeren van de ingangen ervan, moeten dan ook verboden worden.